Een klim naar de hemel
Tijdens de liturgie vind je onze acolieten meestal in het priesterkoor, dicht bij het altaar en midden in de gebeden van de gemeenschap. Maar op 28 december leidde hun weg naar een heel andere plek: hoog boven de kerk, in de toren van de O.L.V.-Geboortekerk.
Voor de laatste activiteit van het jubeljaar 2025 kozen we bewust voor iets avontuurlijks. De smalle, eeuwenoude trappen kraakten zacht onder onze voeten terwijl we de toren van binnenuit beklommen. Op de eerste verdieping wachtte een bijzonder moment: ieder van ons mocht zijn naam op de muur schrijven. Een kleine daad, maar met grote symboliek — de acolieten van de Mariaparochie, vereeuwigd in de stenen die al generaties lang over Lebbeke waken.
Daarna trokken we verder omhoog, langs twee steile trappen die ons naar de vier klokken brachten die onze toren rijk is. Eerst de imposante Jesus- of Jubelklok van 2.970 kg, dan de Mariaklok van 1.880 kg, gevolgd door de Jozefklok van 1.041 kg, en tenslotte de kleine, maar fiere Claraklok van ongeveer 200 kg. Elk van die klokken draagt een eigen verhaal, een eigen klank, een eigen plaats in het leven van onze parochie. Wie meer wil weten, vindt hun geschiedenis terug op de parochiale website.
Na het torenbezoek daalden we opnieuw af naar de stilte van de kerk. Daar ontvouwde zich een tweede ontdekkingstocht: het ontstaan van de kerk, haar groei doorheen de eeuwen, de warme lambrisering, het hoogaltaar dat al zoveel gebeden heeft gedragen, de doopkapel waar generaties hun eerste sacrament ontvingen.We stonden stil bij de mantel van Onze-Lieve-Vrouw die in de kerk wordt bewaard, bij het Heilig Kruis met relieken achter het Heilig Kruisaltaar, en natuurlijk bij het beeld van O.L.V. van Lebbeke, dat voor velen een vertrouwd gezicht is.
Het werd een namiddag vol avontuur, maar vooral vol verwondering. We leerden de kerk waarmee wij ons verbonden weten opnieuw kennen — en Maria, onze patrones, nog een beetje meer.
De acolieten danken de pastoor en de kerkraad van de O.L.V.-Geboortekerk, in het bijzonder secretaris Luc Pieters en penningmeester Leo Quintelier, voor hun gastvrijheid en voor het mogelijk maken van deze bijzondere activiteit.