antiphonale suppl.
De Confrèrie van O.-L.-Vrouw van Lebbeke zal naar aanleiding van haar jaarfeest en patroonsfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de heilige maagd Maria, tijdens de zondagsviering van 7 december 2025 om 10:30 u. een enige hymne en antifoon laten horen voor O.-L.-Vrouw waarvan de originele en unieke partituur bewaard is in het privéarchief van haar secretaris.

Zoeken

De hymne en antifoon voor O.-L.-Vrouw maakt deel uit van een bundel ‘Supplementum ad Antiphonale Romanum continens Hymnum et Antiphonas ad Magn. in festo B.M.V. titulo Auxilium Christianorum. Hymnum in festo S. Julianae de Falconeriis Virginis. Et Vesperas Proprias S. Bavonis, Confessoris, Ecclesiae Patroni-Titularis.”, J. De Coninck, 1820, 8 folio’s, drukwerk, 40 x 25,5 cm. Bewaard in privéarchief. 

De uitgave bevat verschillende eigen composities, die als een aanvulling diende op het kerkelijk en officiele Romeinse Antiphonale, voor de feesten, volgens de liturgische kalender: 

  • op 24 mei voor O.-L.-Vrouw Hulp de Christenen, waarbij de liturgische liederen gebruikt worden van O.-L.-Vrouw ter Sneeuw, met uitzondering voor de Vespers de eigen gecomponeerde hymne en de antifoon op het Magnificat. 
  • Voor 19 juni, het feest van St. Juliana Falconieri, maagd, waar het gemeenschappelijke voor de maagden wordt gebruikt met uitzondering voor de Vespers de eigen gecomponeerde hymne. 
  • Voor 1 oktober, het feest van St. Bavo, belijder, titulair patroon van de kathedrale kerk, waar verschillende eigen gecomponeerde antifonen voor de vesperpsalmen zijn geschreven, een eigen hymne, en twee eigen antifonen I en II voor het Magnificat en eigen afsluitend slotvers.

De uitgave bevat op de laatste woorden de toewijding: AD MAJOREM DEI GLORIAM

Wie is de componist?

Jan Joseph De Coninck (1783–1854) was een invloedrijke figuur in Lebbeke, bekend als koster-organist en als schoonzoon van Judocus De Roose, een lokaal bestuurder tijdens de Franse bezetting. Zijn leven weerspiegelt de verwevenheid van religie, muziek en lokale politiek in het begin van de 19e eeuw.

Biografisch overzicht

  • Geboren: 23 oktober 1783 in Lebbeke
  • Overleden: 27 juli 1854 in Opwijk, op 70-jarige leeftijd
  • Functie: Organist te Lebbeke in 1804. Na de dood van zijn vader op 3 april 1809, die eveneens koster-organist was te Lebbeke, werd hij hier ook zelf koster-organist september 1809. In die functie volgde hij niet alleen zijn vader, maar ook zijn grootvader Georgus Josephus De Coninck op, die gehuwd was met Maria Catharina Persyn. Jan De Coninck werd in 1826, wegens zijn wangedrag in de Lebbeekse herbergen, uit zijn functie van koster-organist ontheven.
  • Huwelijk: Op 5 september 1809 trouwde hij in Lebbeke met Anna Theresia Wesemael (1791–1855), afkomstig uit een invloedrijke familie. Jan De Coninck woonde met zijn gezin in de Molenstraat te Lebbeke. (Huidige Leo Duboisstraat).
  • Familiebanden: Zijn schoonvader was Judocus De Roose (+Lebbeke 1812 op 87-jarige leeftijd), chirurg én president van het kanton Lebbeke tijdens de Franse bezetting (ca. 1795–1815), wat wijst op een aanzienlijke maatschappelijke positie. De families De Roose, Wesemael, Persyn en Wille waren allen vooraanstaande families met ruime politieke invloed.

Culturele en religieuze rol

Als koster-organist vervulde Jan De Coninck een centrale rol in het religieuze leven van Lebbeke. In die tijd was de koster niet alleen verantwoordelijk voor de liturgische muziek, maar ook voor het onderhoud van de kerk, het luiden van de klokken, en vaak het onderricht in catechese. Zijn muzikale werk - waaronder de hymne ter ere van Maria, Hulp der Christenen, “Supplementum ad Antiphonale Romanum continens Hymnum et Antiphonas ad Magn. in festo B.M.V.” uit 1820 - getuigt van liturgische creativiteit en theologische diepgang.

Historische context

  • Franse bezetting (1795–1815): Tijdens deze periode werden de kerkelijke structuren hervormd en lokale bestuursfuncties vaak ingevuld door burgers met medische of juridische achtergrond. De Coninck ’s schoonvader, was als chirurg en kantonpresident een sleutelfiguur in deze overgangstijd.
  • Napoleontische invloed: De Franse tijd bracht secularisatie en centralisatie, maar ook kansen voor lokale elites om zich te profileren. De Coninck bevond zich op het snijvlak van deze maatschappelijke veranderingen.

Nageslacht en erfgoed

Uit zijn huwelijk met Anna Theresia Wesemael kwamen veertien kinderen voort, waaronder Pelagie De Coninck (1821–1904), die in 1856 huwde met aannemer Felix Van Malderen. Via deze lijn ontstond een uitgebreide familie met wortels in Lebbeke en omgeving. Er zijn aanwijzingen dat het nageslacht van Jan Joseph De Coninck zich verspreidde over Buggenhout, Opstal, Opdorp, Denderbelle en Wieze, vooral via huwelijken en familiebanden in de 19e en vroege 20e eeuw. Op basis van beschikbare genealogische bronnen en lokale archieven:

Buggenhout & Opstal: De Coninck ’s nageslacht komt voor in de registers van Buggenhout, inclusief Opstal. Heemkring Ter Palen heeft uitgebreide gegevens over families die in deze regio actief waren, waaronder takken die via huwelijk en geboorteakten verbonden zijn met de familie De Coninck.

Opdorp: In het gemeentearchief van Opdorp zijn geboorten, huwelijken en overlijdens uit de periode 1851–1900 gedocumenteerd. Deze bevatten vermeldingen van verwante families zoals Van Malderen, waarmee De Coninck via zijn dochter Pelagie verbonden was.

Denderbelle & Wieze: Hoewel minder prominent in de onlinebronnen, zijn deze dorpen historisch sterk verbonden met Lebbeke en Buggenhout. Families uit deze regio’s trouwden vaak onderling, en het is aannemelijk dat via de Wesemael- en Van Malderen-lijnen ook banden met Denderbelle en Wieze zijn ontstaan.

Historische waarde

Jan Joseph De Coninck is een voorbeeld van de ‘cultuurdragers van het platteland’ in de 19e eeuw: religieus, muzikaal, en maatschappelijk actief. Zijn werk verdient herwaardering, zeker in het kader van lokale erfgoedstudies en Vlaamse muziekgeschiedenis.

Bronnen:

-Archieven gemeente Lebbeke en Buggenhout.
- Kerkarchief O.-L.-Vrouw Geboorte Lebbeke.
- Heemkring Ter Palen, Buggenhout.
- Alfabetisch repertorium van de families te Lebbeke, tussen 1624 en 1850. Lebbeke, 1988, 4 delen, uitgave in eigen beheer door E.H. Fr. Verberckmoes. (VB nr. 2007 en 7821)
- Gemeentepolitiek te Lebbeke 1795-1990, Jozef Dauwe, Drukkerij De Cuyper-Robberecht, Dendermonde. 1990.
- ‘Supplementum ad Antiphonale Romanum continens Hymnum et Antiphonas ad Magn. in festo B.M.V. ...”, J. De Coninck, 1820, 8 folio’s, drukwerk, 40 x 25,5 cm. Bewaard in privéarchief.

 

Er is geen bekende afbeelding of portret beschikbaar van Jan Joseph De Coninck (1783–1854), koster-organist te Lebbeke. Tot op heden is er geen gedocumenteerd schilderij of gravure van hem teruggevonden in publieke archieven of online beeldbanken. Hoewel hij een gerespecteerde dorpsfiguur was, behoorde hij niet tot de elite waarvoor portretten vaak werden gemaakt