Opgegroeid in Schotland in de late jaren ’90 kende ik het kerstverhaal, ook al waren mijn ouders atheïsten en ging ik naar een openbare school. Voor mij was het een gezellig, bijna schattig verhaal. Tijdens de kerstperiode zongen we op school liedjes die het kerstverhaal vertelden: bijna 2.000 jaar geleden, onder een sterrenhemel, gebeurde wat de profeten hadden voorzegd… Mijn moeder bewaart nog steeds een tekening die ik toen maakte: een stokfiguurtje van Maria boven een stokfiguurtje van Jezus in een bruine doos, met een tekstballon: “Hij is wondelijk!” (zonder 'r' dus). En misschien het meest vormend waren de kerstspelen, waarin ik een engel speelde met vleugels die mijn moeder had gemaakt van kleerhangers, kant en lint. Het enige wat ik me vooral herinner, is dat een klasgenootje een bloedneus kreeg midden in het spel en mijn mooie vleugels besmeurd raakten.
Dat gezellige kerstverhaal droeg ik mee in mijn volwassen leven: Maria kreeg een kindje, Jezus – de Zoon van God – in een stal, omringd door lieve dieren, met Jozef stil en vriendelijk naast haar. Herders zagen een ster, Wijzen brachten geschenken, en wij stapelen nu cadeautjes onder de boom en eten een feestmaal ter herinnering aan dat gelukkige gebeuren.
Maar eigenlijk is het kerstverhaal, hoe vreugdevol ook, schokkend en uitdagend. Dat God in de wereld komt als een kwetsbare baby was een schandaal in Jezus’ tijd, en het blijft dat vandaag. Het verhaal laat zien dat Gods koninkrijk zich bevindt bij de zwaksten en meest hulpelozen. Zelfs wie in een christelijk gezin opgroeide, en op kerstavond naar de mis ging of thuis het evangelie las, ervaart vaak hoe de radicaliteit van dit verhaal wordt overschaduwd door de consumptieve drukte van Kerstmis.
Paus Leo XIV schreef in zijn eerste apostolische exhortatie "Dilexi Te" (Ik heb je lief gehad): “Juist om onze beperkingen en kwetsbaarheid te delen, werd Hij arm en geboren in het vlees zoals wij. Wij leerden Hem kennen in de kleinheid van een kind in een kribbe. (nr. 16)” Die kwetsbaarheid is vandaag misschien minder voelbaar in een samenleving waar kindersterfte zeldzaam is, maar eeuwenlang stierf de helft van alle kinderen voor hun vijftiende verjaardag. Nog steeds zijn pasgeborenen uiterst kwetsbaar voor armoede, ziekte en honger. Precies in die broosheid openbaarde God zich, solidair met de kleinsten.
Barbara Robinson liet in haar kinderboek Het beste kerstspel ooit zien hoe radicaal dit verhaal is. Een stel kinderen dat nooit van Jezus had gehoord, reageerde verontwaardigd: “Niet eens plaats voor Jezus in de herberg?” of “Ze hebben Hem vastgebonden en in een voederbak gelegd? Waar was de kinderbescherming?” Hun spontane reacties maken duidelijk dat dit geen cozy verhaal is, maar een verhaal van armoede, vervolging en machtshonger – van een vrouw die als vluchteling bevalt in een stal, van een koning die baby’s wil doden om zijn troon te behouden, van een God die van kribbe tot kruis vernedering en armoede deelt.
In Vlaanderen herkennen we dit spanningsveld ook. Kerstmis is hier vaak verbonden met gezelligheid: familie rond de tafel, cadeautjes onder de boom, lichtjes in de straten van Gent, Brugge of Brussel. Maar achter die warmte schuilt de radicale boodschap: God kiest voor kwetsbaarheid, voor solidariteit met wie klein en onbelangrijk lijkt. Paus Benedictus XVI verwoordde het zo in Jezus van Nazareth: de Kindsheidsverhalen: “Grootheid komt voort uit wat in aardse termen klein en onbeduidend lijkt, terwijl wereldse grootheid instort.”
De ware reden van onze “vreugde en troost” is dat God met ons is in onze zwakheid en lijden. In een seizoen dat vaak materiële rijkdom viert, mogen we het kerstverhaal opnieuw vertellen: het verhaal dat choqueert, uitdaagt, schandaal wekt en redt. Het “wondelijk” verhaal van Jezus’ geboorte – is niet gezellig, maar radicaal hoopvol.
een licht aangepaste tekst van Gina Dadaglo